![]() |
|||
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
|||
RECENSIES
Vrouwtje met grote jas - De Volkskrant 4 december 2008 Door: Merijn Henfling Ach gossie, geef die jongen een chocomel. Dat gevoel roept Jurre Bussemaker onmiddellijk op. Hij speelt een goeiige jongen, nogal naïef en een tikje autistisch. Zijn leven is weinig meeslepend, vertelt hij, maar hij heeft een lumineus idee: 'Ik zou me kunnen voorstellen dat ik iets onderneem met een clubje mensen'. Hij richt uiteindelijk een clubje op van bijzondere mensen met wie hij doodsaaie dingen gaat doen. Geluk op de vierkante meter, dat is het domein van Bussemaker, bewijst hij opnieuw met deze productie. De goeierd is een van de karakters in Bussemakers zelfgeschreven stuk Vrouwtje met grote jas, een korte voorstelling met losse scènes waarin de schrijver zelf het middelpunt is. Samen met een actrice en twee muzikanten vertelt hij vervreemdende verhalen over onzekere types. De jonge theatermaker bewijst met Vrouwtje met grote jas opnieuw een schrijftalent te zijn. Met een simpel, vaak lullig zinnetje weet hij zijn personages goed te typeren of haalt hij het voorafgaande onderuit. De lach zit in het absurde. Helaas blijft Bussemaker een beetje steken in absurde speldenprikjes. Het zijn stuk voor stuk aardige scènes, sketches soms bijna, maar als geheel nogal vrijblijvend. Nergens komen de losse flarden bij elkaar of lijken ze een groter geheel te vormen. Vijf jaar geleden studeerde Bussemaker af aan de Kleinkunstacademie. Deze productie heeft het karakter van een schoolvoorstelling; sympathiek, maar niet meer dan een begin. Waar blijft het stapje hoger? Twee - Juryrapport van Taalunie Toneelschrijfprijs, 2007
Twee - De Telegraaf, 4 april 2007 Hele gewone mensen in hele gewone situaties, daar haalt de jonge theatermaker Jurre Bussemaker het liefst zijn inspiratie uit. Want het dagelijks leven is tenslotte bizar genoeg. In de door hem geschreven en geregisseerde komische voorstelling Twee staan dan ook zeven korte ontmoetingen tussen normale, maar enigszins onhandige mensen centraal. In Twee komt niet alleen een jongetje voor dat een volwassen man leert huilen, maar zien we ook hoe een zieke vrouw aan haar schoonmaker vraagt of hij heel even bij haar in bed komt liggen. Het publiek maakt tevens kennis met een jongen die nog nooit met een meisje naar bed is geweest omdat hij daar naar eigen zeggen absoluut geen tijd voor heeft en met een klant die een bakker om een gratis brood vraagt. En we zien twee vriendinnetjes die steeds weer zeggen hoe fijn het is om elkaar elke dag te zien. Maar hoe gelukkig zijn ze eigenlijk nog met die vriendschap? Jurre Bussemaker: "Het zijn allemaal mensen die contact willen maken, maar dan net op het verkeerde moment de verkeerde vraag stellen. Behoeftes van mensen schuren voortdurend langs elkaar heen, omdat men niet goed naar elkaar luistert. Dat precaire tussen mensen fascineert me. Daar wil ik het over hebben in mijn voorstellingen. Ik hou me liever bezig met dit soort kleine spanningen dan met het grote drama." Aan Tafel Fragmentarisch Twee - De Volkskrant, 17 april 2007 Een jongetje van 7 komt in het park een oudere heer tegen. Het kind vertelt dat hij zichzelf in de toekomst geregeld met de auto naar zijn oude school ziet rijden om daar de sfeer van vroeger op te snuiven. Als bij de oude heer de tranen opwellen, loopt hij tevreden weg. Zomaar een van de zeven willekeurige en vaak geestige ontmoetingen in de voorstelling Twee . De jonge Jurre Bussemaker schreef en regisseerde deze lichtvoetige komedie bij zijn eigen theatergroep Aan Tafel. Het gegeven is simpel. Bussemaker zet telkens twee naamloze personages bij elkaar in een alledaagse ruimte - een bakkerij, een park, een studentenhuis - en laat ze op een stuntelige manier contact maken. Een hongerige vrouw komt bij een bakker om een gratis brood vragen. Een jongen die nog nooit met een meisje naar bed is geweest, gaat thee drinken met zijn hitsige huisgenote. Twee goede vrienden raken elkaar voor het eerst aan. Het verlangen om iemand anders te zijn of ergens anders te zijn, dat hebben alle personages met elkaar gemeen. De puntige dialogen ontstijgen door deze diepere laag een gemakzuchtig soort absurdisme. Niet altijd, helaas. De grap bij de bakker wordt iets te lang uitgemolken. En het personage van de bejaarde man die eten kookt voor zijn bejaarde buurvrouw komt niet uit de verf. De personages zijn karikaturaal en worden ook zo gespeeld. Maar de vier acteurs beschikken over genoeg kwaliteit om oppervlakkigheid in de korte scènes geen kans te geven. Integendeel. Twee is een intieme, licht schrijnende en grappige schets van een groep mensen die het contact met hun omgeving en zichzelf een beetje verloren zijn. Simpel en herkenbaar. Twee - NRC Handelsblad, 21 april 2007 Een vrouw heeft honger. Ze meldt zich bij een bakker die in een afgeladen winkel staat. Je ruikt de geur van vers brood. Maar de bakker weigert haar een brood te geven. In de voorstelling Twee van toneelschrijver Jurre Bussemaker is dit een cruciale scène. Uiteindelijk zwicht de man: hij snijdt het minuscuulste kapje af dat denkbaar is. Het is wreed en begrijpelijk tegelijkertijd. De voorstelling bestaat uit zeven scènes waarin man en vrouw, vrouw en vrouw en man en man elkaar in diverse ingewikkelde situaties tegenkomen. Het zijn 'oefeningen' in ontmoetingen. De twee mannen beginnen als gezworen vrienden en eindigen met elkaar gruwelijk in elkaar te slaan. Een jongeman staat in dienst van een zieke vrouw die hem terroriseert. Een oude man zit op een bank in het park. Een kleine jongen komt naar hem toe en maakt hem aan het huilen. Een jong meisje wil graag seks met een verlegen jongen. Ze drukt zich uit in zinnen van tederheid en begrip: "Als jij nou vast water op zet, de koekjes pakt. Dan gaan we naakt op elkaar liggen. Totdat het water kookt. Dan gaan we thee drinken." Bussemaker schreef eerder stukken als Pit en Naar de stad . Zijn teksten leunen sterk tegen de kleinkunst aan. Het is goed wat hij schrijft, dramaturgisch is het in orde, maar het is ook te netjes. Ik mis de grimmigheid van een Thomas Bernhard, de bitter-bitse absurditeit van een Harold Pinter. Ik schrijf dit niet om Jurre Bussemaker ten negatieve te vergelijken; het is omdat zijn teksten lonken naar deze schrijvers. Maar hij zou over de rand moeten gaan, hij zoekt de veiligheid van tevreden acteurs en toeschouwers in plaats van de onveiligheid van de voorstelling als een schok. Misschien is Bussemaker ook niet de aangewezen regisseur van zijn eigen teksten. Je proeft aan elke toneelminuut dat hij te blij is met zijn eigen tekst. Die blijheid zet zich vervolgens voort in de regie. De vier spelers (Medi Broekman, Martijn Hillenius, Rozemarijn ten Hooven en Olaf Pieters) sluiten zich aan bij deze liefdevolle toon. De anekdotiek wint het van de wanhoop. Ook het decor met waslijnen, tuinhekjes en realistische details sporen er niet toe aan de tragiek van mislukte communicatie dwingend te maken. Ik geloof wel dat Jurre Bussemaker van theater houdt en in het theater zijn talenten kan tonen. Nog een stap verder zou hij moeten gaan: écht gif, écht pijn, écht de rauwe straat. Dan is het perfect.
Naar de stad - Het Parool, 14 februari 2006 Vader en zus Pam helpen Sieme met zijn verhuizing naar een kamer in de stad. Komt ineens zijn huisgenoot binnen en dan blijkt dat Sieme slechts een van de mogelijke kandidaten was die kans maakte op de kamer. Naar de stad - Volkskrant, 13 februari 2006 Een beetje vegen, dat is eigenlijk het enige dat de jongen wil die de hoofdpersoon is van Naar de stad , het nieuwe toneelstuk van Jurre Bussemaker. Buiten, met een bezem, dat lijkt hem wel wat. Zijn omgeving kijkt er vreemd van op en suggereert andere bezigheden: een baantje in een dierenspeciaalzaak, een studie misschien. Maar Sieme laat zich er weinig aan gelegen liggen. Het is een beetje een vreemde jongen. Trouwens: eigenlijk is iedereen een tikketje merkwaardig in Naar de stad van de 25-jarige Bussemaker. Al lijkt er steeds sprake van gewone, haast saaie situaties, Bussemaker zet je keer op keer net op het verkeerde been en geeft daarmee de scènes soms iets vaags ongemakkelijks en surrealistische mee. De eerder genoemde Sieme besluit in dit stuk op kamers te gaan wonen in de grote stad. Hij trekt in bij een zekere Luuk die een advertentie voor een huisgenoot had gezet. Vader en zusje Pam helpen verhuizen. Nauwelijks iets ongewoons aan, en toch. Sieme heeft verder geen enkel plan behalve die verhuizing, Pam blijkt op een heftige manier aan haar broer gehecht, vaderlief is eigenlijk altijd een klein kind gebleven en Luuk heeft ernstige behoefte aan een familie. Alles is uitvergroot, ook het spel van de acteurs rond Bussemaker, van de productiekern Aan Tafel. En aanvankelijk is dat even wennen. Maar dan val je wel voor dit curieuze clubje. Die breedgrijzende vader met zijn fratsen (Klemens Patijn), de wereldverbeterende Sieme (Steef Hupkes), Pam (Laura Branderhorst), die zo uit Joop ter Heul gestapt lijkt, en de zwalkende Luuk (Niels van der Laan). Het zijn kleine lieden op zoek naar een groter doel in het leven, dat zo maar kan bestaan uit een straatje vegen - wellicht als opmaat naar het schoonmalen van een hele stad. Grotesk, soms, maar ook geinig. Laat dat Aan Tafel maar schuiven. Naar de stad, Theater Centraal - 21 februari 2006 De jonge toneelschrijver en regisseur Jurre Bussemaker staat voor de tweede keer met een lunchvoorstelling in Bellevue. Dit keer is de plaats van handeling geen fietsenwinkel maar een studentenhuis in de grote stad. Drie acteurs en een actrice vullen het toneel met een sterk staaltje acteren en een ferme portie humor. Bussemaker schenkt hier op zijn beurt nog eens een licht absurdistisch sausje overheen. 'Wat gaat Sieme heel de dag doen?' vraagt Pam zich bezorgd af wanneer ze ronddartelt in het nieuwe studentenhuis van haar broer. Laura Branderhorst speelt Pam, de jongere zus van Sieme. Zeer tegen haar zin verhuist Sieme, een rol van Steef Hupkes, naar de grote stad. Het hele gezin is bezorgd; 'de onzichtbare moeder' hangt continu aan de telefoon en vader, vertolkt door Klemens Patijn, begrijpt ook niet waarom zijn zoon op kamers wil. Plots komt medebewoner Luuk (Niels van der Laan) binnen, een doorgewinterde, studerende stadsjongen die collecteert voor de daklozen en minstens eens per week schoonmaakt. Al snel wordt duidelijk dat helemaal nog niet zeker is of Sieme de kamer wel krijgt. Meer dan een matras, een wasmand, een schemerlamp en een metalen frame heeft het decor niet nodig om het studentenhuis te visualiseren. De acteurs doen de rest. Branderhorst laat in haar lieflijk roze vestje en zelfde kleur laarsjes een naïeve en ontluikende Pam zien. Ze huppelt en frummelt en gooit gesprekken met wonderlijke frisheid open. Waar Pam haar armen om Sieme heen blijft klemmen en weigert hem los te laten, begint vader te begrijpen hoe verleidelijk het studentenleven is. Patijn vertolkt de rol van vader op meesterlijke wijze. Met zijn schots geruite kniekousen, zijn korte broek, spencer en zijn bekakte accent verandert hij van een keurige man in een uitgelaten jeugdige kwajongen, die zijn spencer heeft uitgetrokken en zijn blote bast laat zien. Zijn zwaar aangezette mimiek resulteert in hilarische scènes. Hupkes zet met Sieme juist een rustige en een wat schuchtere persoonlijkheid neer: met zijn gekscherende filosofische gedachten is hij vertederend en grappig tegelijk en gaat hij helemaal op in zijn eigen idealistische wereldje. Van der Laan zet een stoere Luuk met een klein hartje op het toneel. Hoe langer Luuk in het gezelschap van het dorpse gezin is, hoe meer hij verlangt naar een vaderlijke arm om zijn schouder. De rollen worden omgedraaid: Luuk wil best een moeder die de hutspot al op tafel heeft staan en vader kan niet wachten om naar een club te gaan en biertjes te drinken. Bussemaker laat verschillende karakters en belevingswerelden op geestige wijze botsen en weer samenkomen. Verschillende lagen hoeft de bezoeker niet te verwachten in het stuk, maar een plezierige voorstelling is het wel. Lachwekkende scènes, eigenzinnige teksten en subtiele tussenstukjes, waarin het toneelbeeld even stilstaat of in slow motion een overgang aangeeft naar de volgende scène, geven de voorstelling een absurdistisch tintje. Eenvoudig maar ook gekunsteld. Vervreemdend maar ook herkenbaar. Zot maar ook zinnig. © Theater Centraal 2006
Luister - Jongerenpersbureau Deadline, 26 mei 2005 In het halve uur voordat Luister van Jurre Bussemaker begint, stellen mijn huisgenoot en ik een lijst op met goede voornemens, hetgeen op zichzelf al een goed voornemen was, dus het begin is er. Op snoepen, roken, coffeeshopbezoek, en het eten van Dr. Oetker pizza laten wij ons niet langer betrappen! Ruzie tussen twee hersenhelften Bussemaker beweegt zich over een groot, uit mislukte appelsientje-verpakkingen gemaakt vloerkleed, en maakt verder alleen gebruik van een kussen en een stoel, waardoor zijn speelveld ruim en overzichtelijk blijft. Fragmenten uit het brein van eenzame denker Verontwaardiging doet afbreuk aan vermakelijke tekst Pit - Het Parool, 19 februari 2004 Moeder vraagt haar zoon, die stijf achter haar staat, haar borst te strelen. Alleen al deze scène verraadt dat schrijver en regisseur Jurre Bussemaker een liefhebber is van het werk van Alex van Warmerdam. Ze had zo afkomstig kunnen zijn uit Kleine Teun of Grimm. Zijn lunchvoorstelling is genoemd naar de fietsenmaker uit het stuk en heet Pit - ook al zo'n echte Van Warmerdam-naam. Pit bestiert zijn winkel met vrouw en zoon met orde en regelmaat. Maar de rust wordt verstoord als hij een nieuwe verkoopster aanneemt, op wie zijn zoon verliefd wordt. Zijn vrouw probeert intussen haar uitgebluste huwelijksleven te vergeten door te lonken naar een klant, de manager van een aantal kapperszaken. Als die man vaker in de winkel komt, raakt hij ook geïnteresseerd in de bedrijfsvoering van de fietsenmaker. Bussemaker studeerde in 2003 af aan de Amsterdamse Theaterschool (afdeling kleinkunst). Zijn eerste toneelstuk Pit valt vooral op vanwege de droogkomische situaties, de korte, afgemeten zinnetjes en hoekige dialogen met absurdistische accenten. "Ik heb pas een hoepel aan mijn buurmeisje verkocht," vertelt de solliciterende verkoopster bijvoorbeeld als haar wordt gevraagd of ze ervaring heeft - alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. De vijf jonge acteurs kunnen aardig uit de voeten met Bussemakers tekst en spelen met een stramme houding die goed past bij de licht vervreemdende stijl. Als ze een broodje uit de ouderwetse koektrommel pakken, nemen ze slechts een minuscuul hapje, en ze hurken bij een fiets zonder dat ze lijken te weten wat ze daaraan moeten repareren. Pit blijft iets te veel steken in losse scènetjes, die tezamen geen evenwichtig verhaal met goede plot-opbouw vormen. Maar dat Jurre Bussemaker talent heeft, is onmiskenbaar. Pit - NRC Handelsblad, 18 februari 2004 Schrijver/regisseur Jurre Bussemaker, die acht maanden geleden afstudeerde aan de Amsterdamse Theaterschool, heeft met enkele klas- en schoolgenoten de lunchvoorstelling Pit gemaakt, voor het Bellevue theater in Amsterdam. Pit lijkt op veel andere Bellevue lunchvoorstellingen: klein, luchtig, droogkomisch toneel over kleine mensen. Wat betreft het wegsnijden van bespiegeling en psychologie, het gewichtig maken van alledaagse zaken, het kortaffe spel en de licht absurdistische toon, werkt hij in de traditie van Alex van Warmerdam, maar dan gemoedelijker, en van een ander kwaliteitsniveau. Pit draait om de verstoorde relatie van de fietsenmaker en zijn vrouw, die een pendant vindt in de prille relatie tussen de zoon en het kassameisje. De zoon wil het kassameisje zonder verder plichtplegingen meenemen naar zijn blauwe droomhuisje, maar zij wil eerst horen dat hij haar lief vindt. Zo moet de onmogelijke liefde van de fietsenmaker en zijn vrouw ook ooit zijn begonnen. Daarnaast zet Bussemaker de ambachtelijke arbeid van de fietsenmaker die van zijn vak houdt, tegenover de kapitalistische arbeid van de klant, die manager is van een kapsalonketen en slechts liefde kent voor efficiëntie. Hij kan niet eens zelf knippen, die manager, al geeft hij toe dat hij als kind met plezier zijn haar kamde. Bussemaker schreef een plezierige, geestige komedie, met een goede opzet, maar hij is nog niet zo sterk in de afwikkeling. Naar het einde toe gaat het wat slepen en komt de climax te plotsklaps. Ook is zijn werk nog niet vreemd genoeg; de types en situaties zijn te bekend. Hulde verder voor Wende Snijders, in het dagelijks leven, chansonnière, die in haar wat platte rol van smachtende moeder veel humor en tragiek weet te leggen.
|
|
||